15 Jan 2012 Prachtig artikel over Lugano!
Bron: Het Belgisch Warmbloedpaard - Jaargang 45 nr.2 - februari 2001 - Frans Pietercil

Lugano van la Roche

Hengst - 1963 - Donkervos - 163 cm

De Limburgse gebroeders Deuss moeten over visionaire gaven hebben beschikt want na Flügel haalden ze enkele jaren nadien in Hannover de donkervos Lugano. Dat de amper 1m63 metende hengst de absolute vaandeldrager van het Belgisch Warmbloed zou worden en zo zwaar zijn stempel zou drukken, had niemand verwacht. Meer zelfs: net zoals bijna overal in de Europese naoorlogse hippische geschiedenis, waar hengsten die later van groot belang bleken te zijn geweest voor de sport, het dikwijls moeilijk hadden zich door te zetten, viel Lugano aanvankelijk ook niet erg in de smaak bij de fokkers.

Toen de eerste merries en veulens van Lugano (La Roche kreeg hij er van de gebroeders Deuss gratis bij) op de Limburgse prijskamp-en werden voorgesteld, was er weinig interesse en vielen zijn nakomelingen gegarandeerd niet in de prijzen. Nu, dertig jaar na datum, kan men moeilijk begrijpen waarom de gebroeders Deuss hem reeds in 1972 naar hengstenhouder Van Raemdonck in Temse verkochten. Of het zou moeten zijn dat ze in het aanbod hengsten op stal op een bepaald ogenblik een keuze hebben gemaakt en dat die dan viel op Lugano om te worden verkocht.

Het was wachten tot 1975, dus tien jaar nadat Lugano zijn entree op de Belgische markt had gemaakt, voordat ook zijn merries (een derde was zelfs niet geregistreerd) hun kwaliteiten doorgaven. Toen Stanny van Paesschen met Porsche en met een bronzen teammedaille van de Spelen in Montreal huiswaarts keerde en ook andere cracks van de P-jaargang (1969) zoals Pluco van Henk Nooren, Pinxter van Alex Brown en Pico van Francois Mathy (later bij Luiz Alvarez Cervera en Paul Schockemöhle) reeds op jonge leeftijd uit hetzelfde hout bleken gesneden en krachtproeven op rij wonnen, had men eindelijk het belang van Lugano voor de fokkerij van het Belgisch Warmbloed begrepen.

Lugano van la Roche werd geboren op 24 april 1963 uit de merrie Adlerflut (Ableger l x Dwinger x Ali II) bij fokker Eymer Borger in Neuenland (Kreis Wesermünde). Zijn vader Lugano l was van de volbloed Der Löwe (Wahnfried xx x Lehnsherrin xx x Herold xx). Onze Lugano (1083 NFWP) heeft dus een scheut bloed van Dark Ronald, volbloed die begin twintigste eeuw in Duitsland werd ingevoerd en via zijn zoon Son-in-Law aan de basis lag van de succeslijnen Cottage Son/ Codex, Rantzau/ Cor de la Bryère en via de merrie Maureen is terug te vinden als grootvader van Furioso xx.

Deze Eymer Borger en zijn familie waren met Lugano niet aan hun proefstuk want ook de hengst Liebling van het Peerdegedoe (1113 NFWP, Lugano x Dunenhaube x Dwinger) en diens volle broer Lukant die als privéhengst in Oldenburg werd ingezet, zagen in Neuenland het levenslicht. En ook Eymer Börger's zoon zette de traditie verder want op de boerderij waar "onze" Lugano werd geboren, fokte die jaren later World Cup l (Wörmann x Sendernixe x Sender x Lugano I) die zonder blozen als leverancier van uitstekende dressuurpaarden mag worden bestempeld. World Cup l stond voor drie jaar zesde op de Wereldranglijst dressuur en na het seizoen 1998-1999 was hij op de WBFSH-rankings zelfs opgeklommen naar de derde plaats.

Kortom via Lugano I is er heel wat dressuurbloed uitgezaaid, waarbij we ons terecht de vraag kunnen stellen waar nu precies de springgenen van BWP-er Lugano vandaan komen. Komen ze van Dark Ronald xx via de volbloed Herold of heeft Lugano van la Roche zijn springgenen meegekregen via moeder Adlerflut (Ableger x Dichterspiel x Dwinger) die wanneer we zeven generaties teruggaan liefst vijf keer Alderman I (Adeptus xx) ontdekken, bloed dat we ook terugvinden in de moederlijn van Lugano I. Daarnaast zit bij Lugano van la Roche tweemaal de Feiner Kerl-lijn en tweemaal de Detektiv-lijn. En Feiner Kerl vinden we evenzeer terug bij Flügel want diens moeder Ferno was van Fermor III en zo zijn we voor een derde keer bij Feiner Kerl beland. Een verklaring misschien voor het Lugano-dekseltje dat op het Flügel-potje paste als gegoten.

Porsche, Pluco en co Lugano van la Roche was bij de fokkers aanvankelijk dus geen sant in eigen land. Dat kan meteen ook gezegd worden van enkele van zijn illustere nakomelingen. Porsche is daar het mooiste voorbeeld van. Jean Motmans, in de jaren zestig en zeventig gerenommeerd springruiter, maar nog meer handelaar en hengstenhouder (Codex, zoals we in de volgende aflevering zullen zien, stond jaren in zijn stallen in Wellen), bracht Posche in 1972 naar de toen druk bezochte paardenveiling in Leopoldsburg. Toen een hele rist paarden handjeklap van eigenaar waren verhandeld, was er niemand die belangstelling had getoond voor het product van de Meeuwense fokker Smeets en stond Porsche bij valavond opnieuw in Wellen. Een tijdje later verkaste Porsche naar de Brusselse paar-denhandelaar Robert Smismans waar hij bijna twee jaar op stal bleef zonder dat Smismans een koper vond. Het zou uiteindelijk bij de derde handelaar zijn, in casu René van Paesschen, dat Porsche aan zijn loopbaan in de sport zou beginnen.

René Van Paesschen had wel de lumineuze idee zijn toen niet eens achttienjarige zoon Stanny, een natuurtalent te paard, op de rug van deze krachtpatser te zetten. Het klikte en Porsche werd in de kortste keren het lievelingspaard van Stanny en zou de stallen in Ekeren-Hoogboom - ondanks de fenomenale bedragen die toen voor hem werden geboden - nooit meer verlaten.

Porsche begon als zesjarige (!) een blitz-carrière wat hem reeds één jaar later in 1976 en nadat hij amper één jaar op internationale wedstrijden had gelopen in het Belgisch Olympisch team voor de Spelen in Montreal piloteerde. En Stanny van Paesschen met zijn onafscheidelijke Porsche brachten edelmetaal mee naar huis.

Het duo Van Paesschen-Porsche zou nadien nog jaren van zich doen spreken. In 1976 werden ze ook nog kampioen van België en beste combinatie van Jumping Brussel. Ze wonnen ontelbare nationale en internationale Grote Prijzen, waren van de partij toen het Belgisch team de Nations Cup won in Oostende en Madrid (tweemaal) en brachten daarnaast nog een 25-tal overwinningen in krachtproeven naar huis. Hoeveel keer Stany van Paesschen met zijn Lugano-zoon over en muur van twee meter is gesprongen, weet hij bij benadering niet meer. De "puissances" die ze foutloos over de muur van 2.20 m en hoger wipten en wonnen, kunnen ze ten huize Van Paesschen nog wel voorleggen. Porsche won de krachtproeven (alfabetische volgorde) in Antwerpen, Berlijn, Bordeaux, Dortmund, Dublin, Ekeren, Genève, Kopenhagen, Madrid, Parijs, Rome, Torhout, en Wenen. Dus zo ongeveer overal waar een internationale wedstrijd werd gehouden. Die reeks bekers in krachtproeven en Grote Prijzen lijkt misschien nu verwonderlijk. Toen echter niet, want het was gebruikelijk dat de internationale topruiters zaterdags hun beste jumper van stal haalden voor de puissance en een dag later voor de Grand Prix. Nu totaal ondenkbaar, maar Bob Dylan zong het al in de jaren zestig: "the times they are a changing".

Het was de P-jaargang van 1969 die vanaf 1975 de fokkers deed beseffen dat ze met Lugano goud in handen hadden. De lijst met nakomelingen van Lugano (zie kader) spreekt boekdelen. Al kunnen we de kinderen en kleinkinderen van deze stempelhengst niet allemaal de revue laten passeren, toch moeten we nog even terug naar die eerste jaargangen toen fokinformatie in de media nog niet zo evident was als nu. Lugano leverde voor de BWP-jaargang 1969 nog de robuuste schimmel Pluco van de Dilsense fokker Jef Stassen die met de Nederlander Henk Nooren al met net zoveel kracht over een muur van 2.20 m zweefde als zijn jaargenoot met Stanny van Paesschen. Pluco uit de Flügel-merrie Juno en Henk Nooren kunnen eveneens een gouden medaille voorleggen die ze behaalden met de Nederlandse equipe tijdens de Europese kampioenschappen van 1977 in Wenen en een zilveren teammedaille die ze veroverden met het Hollandse team tijdens de Wereldkampioenschappen in Aken 1978. De familie Van Paesschen had op een bepaald ogenblik ook nog Pinxter uit de niet geregistreerde merrie Stella van fokker Albert Rutten (Beringen) in huis, maar ook in een handelsstal moet er af en toe brood op de plank en dus verhuisde deze vosmerrie, die Stany maar wat al te graag onder eigen zadel had gezien, naar de toenmalige Schotse topruiter Brown. En die bewees dat Stanny van Paesschen gelijk had want de Schot werd al meteen tweede in de Worldcup in Burmingham (1979) en bijschreef tijdens dat concours ook nog drie nevenrubrieken op haar palmares.

Volgende Lugano in de Stal Van Paesschen was Singo (1972) uit de niet geregistreerde moeder Filia van fokker Paul Schoofs uit Peer. Vanaf zijn zevende levensjaar knalde deze ruin eveneens in de prijzen. Als achtjarige won hij de (toen) vermaarde Derby in de Chevalerie van Sint-Genesius-Rode, maar deze Lugano-zoon kwam pas echt opnieuw tot zijn recht in de krachtproeven. In 1981 wipte Ingo met Eric Laenen, die toen voor de Stal Van Paesschen reed, foutloos over de muur van 2.15 m in Genève en moest de eerste plaats delen met... Stanny Van Paesschen en Porsche.

Nog andere klasbakken waren Cyrano (uit de Unicum-merrie Katia van Willem Aegten uit Bocholt) die met Edgar-Henry Cüpper in het eerste gedeelte van de jaren tachtig niet uit de uitslagen was weg te branden. Op zijn palmares staat een overwinning in de Worldcup in Amsterdam (1981), kampioen van België en dat jaar ook een overwinning in de Grand Prix de Liège, een vierde plaats in de Worldcup in Londen (Olympia) en een tweede stek in de Grote Prijs van Brussel.. In 1982 werd het duo Cüpper-Cyrano tweede en zesde in de Wereldbekers van Den Bosch en Antwerpen om een jaar later (1983) in s' Hertogenbosch naar de zege te grijpen in de Worldcup. Datzelfde jaar werden ze nog eens dunnetjes tweede in de Grote Prijs van Antwerpen tellend voor de Wereldbeker.

En ook Eric Wouters kende successen met Lugano-kinderen. Maar ze waren zo goed dat de ruiter, die toen gestationeerd was in Keerbergen, deze jumpers nooit lang op stal kon houden. Quicksilber (m. Karina van Flügel, geboren bij Jan Cox uit Bocholt) was er zo eentje en die verhuisde in de kortste keren naar de Marokkaanse ruiter Cherkaoui nadat hij in precies één maand tijd met Eric Wouters niet alleen de Grand Prix in de Etrier (Sint-Genesius-Rode) won maar tevens tweede werd in de Grote Prijs van Hamburg Klein-Flottbeck.

Lugano was dus midden de jaren tachtig een heer van stand want leverancier van medaillewinnaars, maar verhuisde desondanks voor een derde keer van eigenaar en hengstenstation en kwam terecht bij Jozef Brondeel. De hengstenhouder uit Lotenhulle herinnert zich nog de koop van deze stamvader alsof het gisteren gebeurde. Lugano, die twee jaar uit het BWP-stamboek was weggeweest en naar de "demi sang" was verkast - meer omdat BWP problemen had met zijn toenmalige uitbater Van Raemdonck dan met de hengst zelf - stond toen op het punt te verhuizen naar zijn derde adres 'in wacht'. De verzekeringsmaatschappij raadde Jef Brondeel aan niet te kopen want zij zouden geen polis uitschrijven. Gelukkig maar ging ook deze "horseman" niet in op de adviezen van de verzekering, maar liet hij zich door zijn paar-den-intuitië leiden. Want daar in Lotenhulle werd deze kleinzoon van Der Löwe xx voor een zoveelste keer blikvanger en de vedette van de stal.

Darco, Egano en La Ina:

Ondertussen had Lugano van la Roche nog een ganse reeks top-nakomelingen op de wereld gezet. En die spreken nu misschien nog meer tot de verbeelding want staan nog zeer fris in het geheugen. In 1980 werd Darco geboren uit de merrie Ocoucha (Codex) bij fokker Tinus Poesen. Een jaar later kwam Egano uit de Flügel-merrie Irene (die later ook nog verantwoordelijk zou tekenen voor Gauwan) de stallen bevolken bij fokker Norbert Vandeputte uit Deerlijk en La Ina werd geboren uit een "sans papier" bij fokker Vermeulen. Deze drie, en bij zoveel geweld vergeten we graag even alle andere Lugano's, maakten het BWP bijna onsterfelijk. Deze drie, samen met Alemao (ex Flurano) van de Canadees Mario Deslauriers, zorgden er ook voor dat het BWP op de eerste jaargangen van de WBFSH-fokkerijranglijst niet uit de top vijf was weg te branden.

De palmares van Darco, Egano en La Ina, om opnieuw alleen maar bij deze drie te blijven, is indrukwekkend en zal in de hippische toekomst niet snel verbeterd worden. Egano (zie kader) won met Jos Lansink in twee jaar tijd Olympisch goud in Barcelona voor het Nederlands team, teamgoud voor Holland op het EK 1991 en individueel de bronzen plak op datzelfde EK. Tussendoor was deze combinatie een keertje tweede op het Nederlands kampioenschap in 1990 en in 1992 zesde in de finale van de Worldcup. In 1990 zou Egano door de vakpers tijdens Jumping Mechelen worden gekroond tot Belgian Bred of the Year (Belgisch Paard van het Jaar). La Ina (zie kader) won op zijn beurt de individuele gouden medaille op de Europese kampioenschappen in het Zwitserse Sankt Gallen (1995) en zegevierde net zoals de legendarische Big Ben in de uiterst zware du Maurier Grand Prix in het Canadese Calgary, wedstrijd echt de naam Grand Prix waardig, die ook nog door Jos Lansink met Egano en Ludo Philippaerts met Darco op de tweede plaats werd beëindigd. De exploten van Darco in de sport en die van zijn nakomelingen komen later nog uitvoerig aan bod in een apart hoofdstuk. Want twintig jaar na zijn geboorte is het wel duidelijk dat Darco al het goede van Lugano en van zijn moederlijn Codex x Faust x Ulex doorgeeft.